Wat anderen er van vinden

Leestafel

De genade van de steiger 
Monumentale kerkelijke schilderkunst in het interbellum

Naar het artikel (© Ria, 20 december 2013); website van Leestafel: klik hier »

‘Soms is een boek zo mooi, dat er nauwelijks woorden voor zijn het in een recensie te vatten. Dat geldt zeker voor dit prachtige boek over de ‘monumentale kerkelijk schilderkunst van een hoog artistiek niveau in het interbellum.’ Gelukkig bestaat er nog zoiets als de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, die heeft bijgedragen aan de totstandkoming van de uitgave van dit boek.
Het boek is opgebouwd als een wetenschappelijk werk, waarbij in het eerste hoofdstuk, de verantwoording, te lezen is, dat de kennis en de informatie over de kerkelijke schilderkunst in het interbellum tot op dit moment een zwart gat betrof. Dit boek maakt dat tegenover die vergeten generatie (de titel van het eerste hoofdstuk) meer dan goed. Het tweede hoofdstuk beschrijft de geschiedenis en de manier waarop het vak op de verschillende academies werd onderwezen in de colleges. In hoofdstuk 3 wordt uitgebreid ingegaan op de materialen en technieken en in de verdere hoofdstukken wordt ingegaan op het werk van heel veel individuele kunstenaars.
Naast een uitgebreide beschrijving van geraadpleegde informatie en daarmee het vastleggen van de uitgebreide kennis die uit bronnen is opgetekend, is het boek met name zo mooi door de vele prachtige afbeeldingen van die ‘vergeten’ schilderkunst uit het interbellum. De vele kunstschilders die opereerden op de steigers komen allemaal uitgebreid aan bod. Hun persoonlijkheden, zoals die van Derkinderen en R.N. Roland Holst, die beiden de Rijksacademie van de Beeldende Kunst in Amsterdam aanstuurde, worden heel mooi uitgediept en beschreven. Daarnaast worden ook de docenten van de Roomse academie uit Tilburg, Sicking en Verschuuren, besproken. Het voert te ver om alle schilders hier op te noemen, aangezien deze recensie dan alleen uit een rij indrukwekkende namen zou bestaan.
Voor veel van de afbeeldingen geldt het predikaat ongelooflijk in de zin van ongelooflijk mooi en het maakt je nieuwsgierig de werken in het echt te gaan bekijken. Zoveel mooie schilderingen, tegeltableaus en glas-in-lood-werk, dat in ons eigen land te zien is. Waarschijnlijk zal ik ten overstaan van het ‘echte’ werk nog meer ontroerd raken dan van de afbeeldingen in het boek. Zelf ben ik heel erg gecharmeerd van het werk van Jan Toorop, een lid van het Haagse katholieke kunstenaars-genootschap, in het boek De Roomse Haagse school genoemd. Ik denk dat ik zijn werk als eerste in het echt ga bekijken. Een tentoonstelling van de gebroeders Wiegman, waarvan Matthieu in hoofdstuk 7 van het boek wordt besproken, heb ik dit jaar in het Stedelijk museum Alkmaar bezocht. Meer dan prachtig! Daarnaast vind ik het werk van Antoon Derkinderen, Anton Molkenboer en Chris Lebeau erg mooi en van deze kunstenaars staan ook prachtige afbeeldingen van hun werk in het boek.
Het enige dat ik eigenlijk nog wil en kan zeggen over het boek is dat het heel erg de moeite waard is om het te lezen en vooral de afbeeldingen te bekijken en dat laatste steeds weer opnieuw om weer nieuwe dingen te ontdekken. In een woord prachtig!
Bernadette van Hellenberg Hubar (1956) leidt als zelfstandig onderzoeker en schrijver haar eigen bureau (vanhellenberghubar.org). Eerder publiceerde ze over de monumentale muurschilderkunst van Pierre J.H. Cuypers. Voor haar proefschrift Arbeid & Bezieling, over het programma van de voorgevel van het Rijksmuseum, ontving ze in 1997 de Karel van Manderprijs.
ISBN 9789057308819 | Gebonden rijk geïllustreerd in kleur | 512 pagina’s | Walburg Pers | november 2013′

 

Op 4 januari 2014 schreef de  recensent van Dagblad De Limburger het volgende:

‘Het resultaat van het onderzoek van Van Hellenberg Hubar is een prachtig boek. De genade van de steiger – de titel refereert aan de worsteling van de kunstenaar in allerlei houdingen hoog op de steiger- is allesbehalve een gedegen monografie over kunstenaars, hun techniek en de verschillende kunststromingen vooral een kijkboek. Een lust voor het oog. Je krijgt direct zin om af te reizen naar een van de talloze katholieke godshuizen met hun verborgen rijkdom. Die kerken zijn vooral te vinden in de Randstad en hier in Limburg, vaak vlak om de hoek. En je hoeft echt niet gelovig te zijn om te kunnen genieten van de epische verhaalkunst, het symbolisme of de toentertijd als ‘barokke’ kunst omschreven expressionistische muurschilderingen. Ook voor agnosten, atheïsten en ietsisten is er veel te genieten.’

Caspar Cillekens, Dagblad De Limburger, 4 januari 2014