Hoe doet ze dat?

Kijk in de keuken van Pixelpolder

Ontdek het ‘verhaal achter de foto’. Hier vindt u meer informatie over de foto’s en voorbeelden van beeldbewerking op deze website. Deze pagina heeft een nauwe relatie met de pagina ‘Pixelpolders favoriet van de maand’ Elke maand is er een ‘nieuwe favoriet van de maand’. Op deze pagina geldt een ander update-regiem. U krijgt hier een bredere kijk in de keuken van Pixelpolder.

Voor oudere artikelen kunt u een kijkje nemen in het ‘Tweede Archief’ (en voor alle ‘oude’ Pixelpolder’s favoriet van de maand’ artikelen is er het ‘Archief’.

Zijn oude lenzen zijn beter of slechter dan nieuwe?

2016_Copyright-Pixelpolder_16032016__0D44402.NEF_0010-480px

Op Internet las ik een artikel over lenzen. De uitkomst van het betoog was dat moderne lenzen vanwege verregaande lenscorrecties en hun gecompliceerde constructie met vele elementen de werkelijkheid platter kunnen weergeven. Dat is gelijk een reden om een en ander uit te testen. In 2009 zijn de eerste plannen voor Pixelpolder ontstaan en officieel is Pixelpolder vanaf 2010 een bedrijf. Wat weinigen weten is dat de fotograaf er al een carrière van ongeveer 20 jaar als fotograaf op had zitten. Halverwege de jaren ’70 van de vorige eeuw  begon de eerste carrière van onze fotograaf. De lenzen die toen zorgden voor een inkomen worden nog steeds gebruikt. Van een aantal lenzen is een moderne variant in gebruik met dezelfde brandpuntsafstand en de zelfde lensopening. Pixelpolder heeft derhalve twee Nikkor 85mm f1,4 lenzen. De ene is geproduceerd in de jaren ’80 van de vorige eeuw, de andere in deze eeuw, ongeveer 30 jaar later.

We hebben dezelfde foto gemaakt van één van de camera’s van Pixelpolder met twee verschillende Nikkor 85mm lenzen. De twee foto’s hebben we over elkaar gelegd in Photoshop. Er was geen enkel verschil in de foto’s te zien. De camera met de lens werd even plastisch weergegeven. Betekent dat wat de auteur van het artikel op Internet het bij het verkeerde eind heeft? Ik dacht niet dat dat de conclusie kan zijn. Pixelpolder heeft het bij deze steekproef niet kunnen vaststellen. Daar zijn een aantal redenen voor aan te dragen. Wellicht is het lensontwerp in 30 jaar van de Nikkor 85mm f1,4 niet gewijzigd of zijn er andere factoren in beeld? Het enige wat duidelijk is dat ‘oud glas’, niet onder hoeft te doen voor nieuwe lenzen! De oude lens is gebouwd als een tank, de nieuwe stelt automatisch scherp om een verschil te benoemen.

De camera doet er niet toe?

Er is een gevleugelde uitspraak die zegt dat het niet uitmaakt met welk fototoestel iemand fotografeert, omdat het de fotograaf is die de foto maakt. Klopt die uitspraak wel? Volgens mij is daar een genuanceerd antwoord op te geven. Het is natuurlijk zo klaar als een klontje dat de fotograaf een grote invloed heeft op het resultaat. In de fotocursus leer ik liefhebber fotograven en -gravinnen op een heel persoonlijke en betrokken manier te fotograferen. Omdat elk mens anders is, en ook een unieke achtergrond met de eigen ervaringen heeft is het door op zo’n persoonlijke manier te fotograferen uitgesloten dat twee foto’s op elkaar gaan lijken. We zijn allemaal unieke wezens en daardoor zien en ervaren we de wereld op unieke wijze. Fotografie is een middel om die ervaringen te kunnen delen met anderen. Wat dat betreft klopt de uitspraak dat het de fotograaf is, die de foto maakt.

Nikon D300s met 180mm Nikkor AIS en 1.4 converter. Het ‘kleinbeeldequivalent is 378 mm. Handig bij ‘vogels kijken’ fotograferen.

Naar er is meer. Met elk fototoestel zijn goede foto’s te maken, maar niet met elk toestel gaat dat (even makkelijk). Dat laatste staat tussen haakjes, want elk toestel is ergens heel erg goed in. Dat kan zijn in het maken van spontane foto’s of het kunnen werken onder de allermoeilijkste omstandigheden. Ter illustratie een aantal foto’s die gemaakt zijn onder diverse omstandigheden en met heel verschillende toestellen.

iPod-Touch / fundación cesar manrique Lanzarote

Pentax Optio M30 / Botanische tuin Utrecht

De twee foto’s zijn naar mijn mening allebei van gelijke kwaliteit. Toch zijn de omstandigheden waar onder de foto’s zijn gemaakt verschillend. Bij de bovenste foto was er erg veel licht en werd de foto gemaakt ‘met-het-zonnetje-in-de-rug’ en onder die omstandigheden kan er met alles wat een foto gemaakt kan worden een uitstekend resultaat gehaald worden (zo lang de foto maar klein genoeg blijft / lees op mij iPod-touch ziet de foto er fantastisch uit, maar de foto is dan ongeveer de helft kleiner dan u hier ziet). Bij de onderste foto is er sprake van tegenlicht. Dat is weer te veel voor de meeste mobiele telefoons of de iPod-Touch, althans om tot zo’n resultaat te komen.

Maar er is meer. De fotograaf van Pixelpolder neemt op vakantie alleen een iPod-Touch mee voor de herinneringskiekjes. Een iPod-Touch is een geweldig apparaat. Als er een internetverbinding is, is het een geweldige handheld-computer, waarmee ik de mail van Pixelpolder kan bekijken in het buitenland. Fotografisch gezien is het interessante van dit toestel de grootte van de sensor. Een iPod-Touch werkt met een hele kleine sensor. De Pentax gebruikt een iets grotere sensor. De beeldhoek van beide camera’s zal niet erg veel afwijken bij beide foto’s. De brandpuntsafstand van de iPod-Touch bedraagt 3,9mm en van de Pentax 6,3 mm. Beide hebben een hele grote scherptediepte en het zijn beide echte point-and-shoot camera’s. Dus: niet nadenken, maar knippen. Daar ligt dan ook het grootste voordeel in! Voor de foto met het Pampagras tegen de hemel hield ik de camera tussen de grashalmen en ik drukte af zonder dat ik iets had gezien op het schermpje van de camera. Het is oefenen, maar u zult verrast zijn hoe makkelijk op deze manier spontane resultaten te behalen zijn.

Nog een paar voorbeelden.

iPod-Touch / Ik hield het toestel zo ongeveer in de cactus, maar door de enorme scherptediepte van de lens-chipgrootecombinatie had ik deze foto met geen andere camera zo eenvoudig kunnen maken.

iPod-Touch / Agave

iPod-Touch / Cactus

iPod-Touch / een minivulkaanlandschap in aanbouw.

Al deze foto’s hebben baat bij de enorme scherptediepte die deze camera geeft.

Pentax Optio M30 / Botanische tuin Utrecht

Deze foto heb ik gemaakt door de camera zo dicht mogelijk naar het onderwerp te brengen en te knippen. Dit soort camera’s is er voor gemaakt om het zelf ‘uit te zoeken’ en met een beetje lef zijn dit soort resultaten eenvoudig te bereiken.

Nu drie foto’s die gemaakt zijn met drie verschillende camera’s en met vergelijkbare brandpunten (omgerekend naar 35mm / kleinbeeld formaat): 81mm / 75 mm / 85mm.

Mik-van-Es_0D41924.NEF_20120824_0016_RGB-1

De bovenste foto van deze drie is gemaakt met de Pentax Optio M30 als een JPEG foto (want een andere manier van fotograferen kan dit toestel niet). De tweede foto is met een Nikon D300s gemaakt met een 50mm lens. Omgerekend is dat een brandpunt bij 35mm/kleinbeeldfilm van 75mm. De laatste foto is gemaakt met de duurste camera die ik bezit: een Nikon D4 met een 85mm lens. De foto is gemaakt op een afstand van 85 cm.

Het verschil is dat de scherptediepte van alle drie de foto’s anders is. De compactcamera heeft de kleinste sensor en daarmee ook de grootste scherptediepte. De achtergrond is herkenbaar. De volgende foto is gemaakt met een camera met een DX-sensor. De scherptediepte van deze foto is kleiner. Waar deze camera in uitblinkt is in het maken van spontane foto’s van een professionele kwaliteit. Met geen enkele camera kan ik zo makkelijk een dergelijke ‘meegetrokken’ foto maken. (wellicht is dat bij u anders).
Alle drie de foto’s zijn gemaakt van verschillende afstanden. Daardoor staat er meer of juist minder op de foto. Wat zou er gebeuren als we het brandpunt verlengen, verder weg gaan staan en toch weinig in beeld hebben? Dat is te zien in de onderstaande foto.

Nikkor-200mm_f2.0_D4_0D45289.NEF_20121119_0012-3

De foto is bijna nergens scherp. De ingestelde afstand was 1,88 meter en de daarbij horende scherptediepte is minder dan 1 cm. Toch lijkt de foto ‘scherp’.
Wat een opvallend verschil is tussen de laatste twee foto’s is het perspectief. De foto die gemaakt is met de 85mm lens en op een afstand van 85 cm lijkt veel ‘platter’ dan de foto die daaronder staat en gemaakt is op een afstand van 1,88 meter en met een lens met een brandpunt van 200mm. Het tegenovergestelde effect zou te verwachten geweest zijn. Immers: hoe langer een telelens is, hoe meer samengedrukt een beeld lijkt te worden, tenzij iemand verstand van zaken heeft.

Bovenste (voorlaatste) foto afstand: 85 cm bij een brandpunt van 85mm / f 1.8 / ISO 100 / Nikkor 85mm f1.4 / 1:500 sec.
Onderste afstand 1,88 meter bij een brandpuntsafstand van 200 mm / f 2.0 /ISO 1250 / Nikkor 200mm f 2.0 / 1:60 sec en een een-been-statief

Laatste overwegingen
Is de ene foto beter dan de andere? Ik vind van niet. Wel zien ze er anders uit. Waar de point-and-shoot modellen uiblinken in ‘van-voor-tot-achter-alles-scherp’ met een model met grotere beeldsensoren kan de scherptediepte nauwkeurig worden bepaald door de grootte van het diafragma (in combinatie met de gekozen lens). Is er dan geen enkel ander verschil? Natuurlijk wel. U kijkt tegen hele lage resolutiefoto’s aan. Hierbij geldt ‘In het donker zien alle katjes grauw’. Als de foto’s geleverd moeten worden in drukwerkkwaliteit dan is er wel degelijk verschil te zien in het eindresultaat. De laatste foto kan zonder enige vergroting worden gedrukt worden tot een hoogte van 41cm. Met de foto van de iPod-Touch zou ik dat absoluut niet willen proberen. Dat is echt appels en peren vergelijken. Ook als de omstandigheden verre van ideaal zijn (en met dergelijke omstandigheden heb ik meer mee te maken dan met ideale omstandigheden) is het verschil tussen diverse camera’s erg groot. Maar als de omstandigheden goed zijn… Mocht u het niet willen geloven: ik verkoop ook met veel plezier foto’s die met een compactcamera zijn gemaakt en dat in drukwerkkwaliteit! Het kan wel, als de fotograaf maar rekening houdt met de omstandigheden en binnen de unieke kracht blijft van het specifieke fototoestel.

Resumerend: er is geen beste toestel. De laatste foto had ik niet met de iPod-Touch kúnnen maken. De scherptediepte is gewoonweg veel en veel te groot. Aan de andere kant is de foto van de cactus alleen maar lastig te maken met de Nikon D4. Alles kan natuurlijk. In Photoshop is veel mogelijk op het gebied van het samenvoegen van beelden, maar die beelden moeten er dan wel zijn en om al die beelden te maken was een hele opgave geweest.
Kortom: heb vooral plezier met die camera die je bij je hebt / bezit!

Nb. u ziet van alle foto’s 100% van het beeld zoals dat opgenomen is. De fotograaf van Pixelpolder ‘knipt’ slechts zelden een foto bij omdat er storende elementen in beeld zijn gekomen.

Maar klopt dit allemaal wel of is er meer te vertellen over camera’s? Lees verder »

Alles wat u van statieven (en meer) wilt weten, maar niet vroeg…

Ga terug naar het tweede archief

Op internetfora is de vraag ‘welk satief te kiezen?’ aan de orde van de dag. Is merk a beter dan b, en wat betekent het dat een statief bv. 6kg dragen kan? Er volgen dan even vele antwoorden als er vragen zijn. In dit artikel ga ik daar niets aan toe voegen, maar wel uitleggen welke statieven ik gebruik en hoe een rationele keuze te maken is in het enorme aanbod van statieven. De goedkoopste modellen kosten een paar spreekwoordelijke Euro’s. De duurste statieven wisselen van eigenaar voor een bedrag van vier cijfers. Wat is wijsheid? Tot slot leg ik u uit hoe u een statief kunt testen vóór u het koopt!

Het ideale statief weegt niets en is goedkoop.

Het bestaat uit twee zakjes, gevuld met rijst / bonen / vogelzaad / kunststof korrel etc. Lees verder…

Een andere oplossing die bovendien niets kost, bijna altijd kan worden toegepast en bovendien slechts een paar gram weegt is niets anders dan een stukje touw. Maak twee lussen; de ene lus schuift u over het objectief (tegen de camera aan) en in de andere lus gaat u met één voet in staan. Dan trekt u het touwtje strak. U maakt nu onder slechtere omstandigheden (langere sluitertijden) vaker scherpe opnamen.

Tip: maak meerdere opnamen achter elkaar door de ontspanknop ingedrukt te houden. Het indrukken van de ontspanknop geeft een kleine beweging en geeft een kleine onscherpte. Vaak is de tweede opname scherper.

Voor de kraag is geen enkel dier gestorven.

De volgende oplossing is een mini-statief voor een lichte camera, dat toch stabiel is.

Dit Minox-statief weegt slechts 130 gram. Het statief is 13 cm hoog. De draadontspanner wordt in het statiefje opgeborgen. Het is voor lichte camera’s zo solide dat het lijkt alsof de camera ‘in beton’ gegoten is. Alle delen passen in elkaar.

Voor een DSLR-camera is dit Minox-statief te licht. Daar is een ander ongelooflijk stevig statiefje voor. Dat statief is als borststatief te gebruiken, maar ik kan het ook tegen een muur of iets dergelijks drukken.

Dit statief heb ik gekocht in 1980. Het is ook geschikt voor een zware spiegelreflexcamera. Het weegt (met het bijbehorende balhoofd) 495 gram en het is 25 cm hoog. Ik ga zelden zonder dit statiefje de deur uit. Het is een ideaal en stabiel ding en kan overal op staan, of ergens tegenaan gehouden worden. Ik heb er altijd veel plezier van gehad (en nog).

De statieven hierboven moeten ergens anders op staan (of ergens tegen aan gehouden worden), tenzij ik vanuit een ‘kikkerperspectief’ wil werken. We komen nu aan de eerste ‘echte’ driepoot, ook al is het een kleintje.

U ziet het, het is niet een bepaald reusachtig statief. Het Gitzo statief is gemaakt van aluminium (bijna 1,3 kg), en aangeschaft in 1982. Met een Manfrotto 410 Geared Head kom ik op een hoogte van 43,5 cm (met de pootjes in). De maximale hoogte is 149cm. De stabiliteit is dan met de noorderzon vertrokken. Wel handig als een grijskaart moet worden gefotografeerd. Als ik de dikste pootjes en de tweede pootjes gedeeltelijk uitschuif, kom ik op een hoogte van 79,5 cm. Dat is net zo hoog als het grootste en zwaarste statief dat ik ooit in 1979 tweedehands kocht. Dat is een Gitzo RA4. De minimale hoogte (met de  Manfrotto 410) is 79,5 cm. De middenzuil kan ondersteboven in het statief worden gezet, en zo kan er ook van heel laag mee worden gefotografeerd. Handig is het overigens niet. U begrijpt vast wel waarom ik een tweede kleine Gitzo en het kleine Leica statief heb gekocht.

Voor wie filmt met de fotocamera (of videocamera) kan nog een trucje uithalen met dit kleine Gitzo statief. De middenzuil kan in twee delen uitgeschoven worden tot een lengte van ~ 50cm (60 cm met het Leica balhoofd). Het is dan een goedkoop alternatief voor een Seadicam (Merlin)!

Het Gitzo RA4 statief weegt 4105 gram (en daarbij komt nog de Manfrotto 410 van 1200 gram). Niet bepaald een statief om mee te wandelen, maar wel super stabiel. De maximale hoogte is 2,10 meter. Op Marktplaats zie ik vrij regelmatig een dergelijk statief te koop voor niet te veel geld. Overigens toen een jaar of wat geleden het schijfje op de middenzuil los ging zitten heeft Camtech in Hazerswoude dit euvel gratis gerepareerd (ook al wat het statief toen al meer dan 30 jaar oud). Nogmaals hartelijk bedankt!

De Gitzo RA4 is mijn ‘standaard’ statief. Alle bovenstaande foto’s zijn gemaakt vanaf dat statief.

Ja, en als die zo hoog uitgeschoven staat heb ik wel een keukentrapje nodig…

Met drie statieven kan ik dus van heel laag, tot heel hoog fotograferen. En de rijstzakken? Die gebruik ik ook. Niet alleen om mijn camera op te leggen, maar ook op mijn camera, ter bevordering van de stabiliteit. Een zwaar voorwerp dempt kleine bewegingen (sluiterbeweging). Door het gewicht van de camera te verhogen is het optreden van de kleinste trillingen in de praktijk goed uit te sluiten. Ook treedt -wat ik- het ‘omgekeerde bezemeffect’ noem. Als het zwaartepunt hoog ligt is het niet lastig om een bezem op een vinger te laten balanceren. Draai de bezem om (het zwaartepunt is laag) en het kunstje lukt mij niet meer. Wat uit deze proef blijkt is dat de grootste beweging daar optreedt waar de massa van de combinatie het laagst is.

Tegenwoordig is er een ding dat luistert naar de Superclamp, maar daarover later meer. Eerst was er de Griptang. Op de tang is een stukje schroefdraad (Withworth 3/8″) gelast. Daarop past een balhoofd. Zo is het mogelijk om de camera op van alles en nog wat te bevestigen. Bijvoorbeeld op een bezemsteel.

Maar is dat alles? Nee er is nog meer.

Als ik op reis ga wil ik niet te veel spullen mee nemen. Dan beperk ik mij tot de Quadpod (een vierpotige combinatie).

Ik gebruik twee varianten. De eerste variant is in totaal het lichtste (ongeveer 1,6 kg), maar iets minder veelzijdig. Het balhoofd heeft een klassieke schotel (en dus geen snelkoppelingsplaat). Onder mijn camera heb ik wel een snelkoppelingsplaat zitten. Daarin zitten twee schroefdraden. In een draad zet ik het balhoofd en in het andere het balhoofd met het Leica statief. Lees verder…

De tweede variant maakt gebruik van een balhoofd met een snelkoppelingsplaat. Daar zit geen schroefdraad is, en dus moest ik iets verzinnen om toch het tafelstatief te kunnen gebruiken. De oplossing is de Superclamp.

Deze Quadpod bestaat uit een Monopod met daarop een Manfrotto balhoofd met een snelkoppeling, het Leica statiefje met het Leica balhoofd en iets wat ik nog niet had besproken: een Superclamp. Deze combinatie is net zo stabiel als het grote Gitzo statief, maar het heeft ongekende mogelijkheden. En het is veel lichter (~2200 gram). De Monopod kan zo ver worden uitgeschoven dat ik met gemak een plafond kan fotograferen. Het kleine statief kan ik ook tegen mijn lijf drukken, en zo kan ik in vrijwel alle omstandigheden met scherpe foto’s thuiskomen. Overigens vind ik deze configuratie prettiger om mee te werken dan de eerste variant. De drie pootjes van het kleine statief maken altijd contact met de muur, terwijl dat niet altijd het geval is bij de eerste variant.

Met deze combinatie (en een rijstzak) heb ik vier mogelijkheden. Een rijstzak, een Monopod, een tafelstatief en alles aan elkaar vast gemaak. Overigens is een Monopod erg handig om ‘over de hoofden heen’ te fotograferen. Vier mogelijkheden? Nee het zijn er meer, want met de Superclamp zijn ook leuke dingen te verzinnen!

Een auto wordt zo een ondersteuning voor een camera (wel opletten dat de auto met camera en al niet vertrekt). Vaag op de achtergrond rechts is een steiger te zien. Ook een ideaal statief!

Maar wat dacht u van uw fiets?

Mogelijkheden te over! Dan heb ik nog niet gehad over de mogelijkheden om een reportageflitser op de Superclamp te zetten (en die met de ingebouwde flitser aan te sturen). Kortom met iets meer dan 2 kilo gewicht heb ik een ongelooflijke hoeveelheid mogelijkheden en kan ik foto’s maken op plaatsen waar een statief verboden is om te gebruiken of ongewenst is. Lees verder…

Maar de mogelijkheden zijn nog niet uitgeput. Iedereen heeft wel een trapje in huis  (kan tot 150 kg dragen?). In combinatie met een Superclamp, de juiste adapter en een balhoofd heeft u een stevig statief in huis. Zo nodig verzwaart u het trapje voor extra stabiliteit.

Uiteraard is er ook een andere verzameling statieven aan te leggen. Oude Gitzo’s van het type ‘niet kapot te krijgen’ worden regelmatig voor bescheiden bedragen (in verhouding tot hun peperdure High-Tech Carbon neefjes) aangeboden. Het Leica statief met het bijbehorende balhoofd is nog steeds (nieuw) te koop, alsmede het Manfrotto balhoofd of andere statiefkoppen. Een Superclamp kost u geen fortuin. Als ik de kosten omsla naar de ongeveer 30 jaar dat ik de meeste spullen nu gebruik is het een bijzonder goede investering geweest.

Over het Manfrotto 410 Geared Head gesproken. Het is een fantastisch ding met maar één beperking. Als u het dagelijks gebruikt is de levensduur beperkt. Pixelpolder heeft nu een ander ‘Geared Head’, dat opgewassen is tegen dagelijks gebruik.

Statief testen

Tot slot: hoe kunt u een statief testen? Doe dat vooral als het nog niet uw eigendom is! Een hulpje is handig. Wat u nodig heeft is (buiten het te testen statief) een zakspiegeltje, plakband en een laserpointer. U plakt het spiegeltje met het plakband voor op uw lens (een filter op de lens is wel handig). U bevestigd de laserpointer met plakband aan bv. een keukentrapje. U zorgt er voor dat de laserpointer enkele (~5 meter) meters voor de camera opgesteld wordt.

Richt de laserstraal op het spiegeltje en u zorgt er voor dat de weerkaatste straal op een muur achter/naast de laserpointer valt. Het laserlicht legt dus zo’n tien meter af. Laat nu de laserstraal op het spiegeltje schijnen (met plakband en een knijper of een tangetje gaat het u wel lukken). Als alles goed is ziet u nu een vlekje op de muur van het laserlicht. Wat u nu doet is een foto maken, terwijl u het vlekje in de gaten houdt. Als het vlekje niet beweegt, dan is alles dik in orde. En anders? Lees de gebruiksaanwijzing van uw camera om een methode te ontdekken waarbij er minder beweging wordt veroorzaakt bij het maken van een foto, of lees de gebruiksaanwijzing van de lens (vibratiereductie).

Er is nog een tweede mothode. Deze maakt gebruik van de App: iSeismometer. Deze App is een seismograaf om mensen in aardbevingsgebieden te waarschuwen tegen naderend onheil. Met een iPod-touch of een iPhone gaat deze methode het makkelijkst. Fixeer het toestelletje bovenop de camera en druk af. U ziet dan aan de uitslagen wat de gevolgen zijn.

Met een van deze methodes kunt u het kaf van het koren scheiden. Succes!

Tot slot

En dan is er één vraag nog niet beantwoord. In de beschrijvingen van statieven staat meestal iets van ‘maximale belasting … kg. Dat zegt niet direct iets over de stabiliteit, maar is een waarde die aangeeft wanneer een statief niet meer gegarandeerd wordt tegen bezwijken onder een te hoge last. Toch is het een indicatie. Een statief dat een ‘payload’ kan dragen van 95kg (die bestaan echt) zal stabieler zijn dan een statief dat maximaal 3 kg kan torsen. De bovenstaande proef haalt de ondeugdelijke driepoten er wel uit, maar het maximaal te dragen gewicht is wel een eerste indicatie.

U heeft volgehouden. Het was en hele lap tekst!. Daarom nu een sappig verhaal uit de praktijk. Ik ga biet klagen (want ik ik oefen een prachtig vak uit), maar soms is het ‘peentjes zweten’. Ik was bezig foto’s te maken in de Obrecht kerk in Amsterdam. Een van de wandschilderingen die ik moest vastleggen ziet u hier onder. De moeilijkheid was het kruis op het altaar. Dat dekte de schildering op een nare wijze af. Ik kon het kruis niet verplaatsen. Ik had maar één keuze: de lucht in. Met het statief helemaal uit en de poten niet erg ver uit elkaar bevond mijn camera zich op iets minder dan drie meter hoogte. Om in mijn zoeker te kunnen kijken heb ik een trap tussen twee rijen kerkbanken gezet (de trapstond dus niet uit, maar het was een soort trap richting hemel…). Helaas is er geen foto, maar ik zweefde zo’n beetje boven de kerkbanken. Gelukkig is het goed gegaan en kon ik de foto ‘over het kruis heen’ maken. Het leven valt niet altijd mee (maar ik kijk er met plezier op terug).

Maar er is nog meer…

Dit laatste stukje gaat over het bredere begrip ‘camera-ondersteuning’. Soms moet de fotograaf van Pixelpolder op plekken fotograferen waarbij drastische middelen moeten worden ingezet om dé foto te maken.

Foto:Judith Schuyf / Blackbird

Deze foto is gemaakt met een iPod-touch in de voormalige graanbeurs in de Beurs van Berlage in Amsterdam. Pixelpolder was in opdracht van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) foto’s aan het maken van de tegeltableaus van Jan Toorop. Alle foto’s van de tegeltableaus zijn te vinden op de beeldbank van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Er waren twee problemen die in deze locatie die moesten worden opgelost. De hoeveelheid daglicht was beperkt en om bij een lage ISO-waarde te werken was een solide camera-ondersteuning noodzakelijk. Het tweede probleem is dat er in het midden van de voormalige Graanbeurs een glazen gebouw is neergezet dat wordt gebruikt als concertzaal. Er was dus maar weinig ruimte om de camera op te stellen. Indien de ruimte leeg zou zijn geweest zou ik met een lange telelens zo ver mogelijk afstand hebben genomen en de foto van een stevig statief hebben genomen. Uiteraard valt de foto dan enigszins om -net als een gebouw dat met een naar boven gerichte camera wordt gefotografeerd- maar dat  is achteraf wel te corrigeren. Dat zou de eenvoudigste werkwijze zijn geweest en het zou ook veruit de snelste methode zijn geweest om het beeldmateriaal te verzamelen. Hier was deze methode echter niet mogelijk.

Maar Pixelpolder had geluk. In elk gebouw met kunstlicht moet wel eens een lamp worden vervangen, en dat was ook in de Beurs van Berlage het geval. Voor dat soort werkzaamheden (en het zemen van de glazen concertzaal) beschikt het personeel van de Beurs van Berlage over twee liftjes die selchts een minimale ruimte innemen. In principe had ik op de lift kunnen gaan staan, maar het probleem zou zijn geweest dat er bewegingsonscherpte zou zijn opgetreden bij het fotograferen, want de camera-ondersteuning zou nooit volmaakt stil hebben gestaan. Die optie viel dus af. De oplossing van dit probleem was natuurlijk dat ik op de grond bleef en dat de camera aan de lift werd bevestigd met een studio-clamp en een Manfrotto 410 Geared Head. Op mijn MacBook Pro kon ik de camera bedienen met geïnstalleerde Nikon Camera Control Pro 2 software. De verbinding tussen de MacBook Pro en de camera verliep via een kabel.

Terwijl mijn assistent de lift bediende kon ik zien of het tegeltableau goed in beeld kwam. Het lijkt mij onnodig om te vertellen dat deze werkwijze nogal omslachtig is, want de eerste opstelling is slechts zeer zelden gelijk de optimale. Het werkte echter wel en het belangrijkste was dat de opnamen niet beter gemaakt konden worden onder deze omstandigheden. Iedereen -en niet in de laatste plaats ikzelf- was tevreden.

Het kan nog spectaculairder! Tijdens het fotograferen in de Lambertuskerk in Maastricht die op het moment dat ik daar aan het werk was gerestaureerd werd stonden er nog steigers. Voor het maken van de foto’s van de muurschilderingen in de absis boden die een uitkomt, maar om de muurschilderingen in de koepel goed te kunnen vastleggen had ik daar helemaal niets aan. Gelukkig was een van de bouwvakkers zo vriendelijk om mij mee te nemen in een hoogwerker. Dat is zogezegd camera-ondersteuning uit de duurdere prijsklasse. Op weg naar de koepel passeerden wij deze verraste voeger.

Vanuit het bakje had ik een spectaculair uitzicht.

De foto’s zijn gelukt en terug op de grond heb ik uit pure vrolijkheid nog maar een plaatje gemaakt van de twee hoogwerkers die als grote insecten in de ruimte leken te staan.

Voor meer ‘Hoe Doet Ze Dat’ artikelen: ga naar het tweede archief »